Begin dit jaar verhuisde we naar Drenthe, een nieuw avontuur om straks ons voedselbos aan te leggen. Grote verrassing was deze week dat we een druif ontdekte op ons land! Dwars over een oude schutting heen gegroeid. Hoe leuk is het daarom om deze plant deze maand in de spotlight te zetten!
Wie hem hier ooit heeft geplant weten we niet. Toen we het land overnamen hebben we de vorige bewoners gevraagd of er iets eetbaars groeide. Ze noemden hem niet. Waarschijnlijk gaat hij dus terug tot de bewoners van daarvoor en praten we over tientallen jaren waarin niemand er iets aan gedaan heeft.
En wat hangt hij mooi vol!
We hebben geproefd
Gelukkig smaken ze super lekker. De bessen zijn iets kleiner dan de druiven uit de supermarkt, maar de trossen zijn groot.
Dat kleine formaat is geen gebrek. Smaak, geur en kleurstoffen zitten voor het grootste deel in de schil. Bij een kleine bes zit er meer schil om minder vruchtvlees, dus zit er meer smaak in elke hap.
Waarom hij het prima doet
Een druif maakt zijn trossen aan scheuten die uitlopen op het hout van vorig jaar. Zolang de plant elk jaar nieuw hout maakt, komen er dus elk jaar trossen. Je snoeit hem niet omdat hij anders stopt. Je snoeit hem om te bepalen waar hij vrucht maakt en hoeveel.
Een gesnoeide druif geeft minder trossen, die ook vervolgens groter worden. Een ongesnoeide druif geeft er veel meer en moet zijn suikers over al die bessen verdelen, dus die blijven kleiner. Betekent niet dat hij geen vruchten geeft als je hem niet snoeit. Waarschijnlijk omdat we zo’n hete en droge zomer hebben gehad, hebben al deze trossen zo goed af kunnen rijpen.

Historie van de druif
Van alle vruchten die wij eten is de druif waarschijnlijk de eerste die mensen zelf zijn gaan kweken. Dus niet langer plukken wat er in het wild groeide, maar de lekkerste planten uitzoeken en die vermeerderen. In 2023 verscheen in Science een studie waarvoor 2.448 druivenrassen genetisch in kaart zijn gebracht. Daaruit blijkt dat dat ongeveer 11.000 jaar geleden begon, op twee plekken tegelijk: in West-Azië en in de Kaukasus, ruim duizend kilometer uit elkaar.
De wilde voorouder heeft kleine, zure, donkere bessen met veel pit. En bij wilde druiven bestaan er mannelijke en vrouwelijke planten, dus je hebt er altijd twee nodig voor vrucht. Bij het kweken is dat eruit geselecteerd. Vrijwel elke druif die je nu koopt draagt in zijn eentje.
Daarna reisde de druif mee met handelaren. De Romeinen namen de wijnbouw mee naar het noorden, tot in Nederland. In 1863 kwam er bijna een einde aan de druif: de druifluis kwam mee uit Noord-Amerika en in Frankrijk ging na 1870 zo’n zeventig procent van alle druivenplanten dood. De redding kwam uit datzelfde Amerika: daar groeien wilde druiven die wel tegen luis kunnen. Door de Europese druivenras op een Amerikaanse onderstam te enten, werd de Europese wijnbouw, en dus de druif, gered.
Waarom er witte druiven bestaan
De oerdruif was blauw. Alle wilde druiven maken namelijk anthocyanen aan: de natuurlijke kleurstof die de schil donker maakt.
Wit is dan ook geen aparte soort, maar een genetisch foutje. Ergens in de geschiedenis sprong er bij één specifieke plant een los stukje DNA precies in de ‘aanzetknop’ van het kleurgen. In het wild zou die plant waarschijnlijk snel zijn verdwenen, maar er liep net een mens langs die de druif lekker vond en er stekken van nam.
En daar zit het bijzondere. Druiven vermeerder je namelijk niet met zaad, maar met stekken. Vrijwel elke witte druif ter wereld draagt daardoor vandaag de dag nog steeds exact diezelfde oerfout met zich mee.
Rood zit er precies tussenin. Bij rode druiven staat de kleuraanmaak niet helemaal uit, maar eerder op een laag pitje. Er komt wel wat kleurstof in de schil, maar net niet genoeg om blauw te worden.

Wijn en Nederland
De oudste sporen van wijn leiden ons 8.000 jaar terug in de tijd, naar het huidige Georgië. In Nederland brachten de Romeinen in de eerste eeuw na Christus de eerste druivenstokken aan wal. De wijnbouw bloeide hier eeuwenlang, tot het klimaat in de zestiende eeuw flink afkoelde. Door die koude periode, gecombineerd met oorlogsschade en de opkomst van bier, verdween de Nederlandse wijnbouw vrijwel volledig uit ons landschap.
De grote terugkeer liet wachten tot de twintigste eeuw. In 1967 plantte pionier Frits Bosch een kleine wijngaard bij Slavante, vlak daarna gevolgd door de Apostelhoeve bij Maastricht in 1970. De allereerste oogst in 1973 was goed voor een bescheiden 1.400 flessen. Inmiddels is dat een heel ander verhaal: ons land telt tegenwoordig honderden wijngaarden.
Dat we weer Nederlandse wijn drinken, danken we aan twee factoren: warmere zomers én schimmelresistente druivenrassen. Die laatste staan bekend als PIWI’s: slimme kruisingen met wilde soorten die van nature bestand zijn tegen echte en valse meeldauw.
Een paar oogst tips
Een druif rijpt niet door na de pluk. Suiker komt alleen aan de plant in de bes. Proef dus voor je oogst, want een tros die te vroeg van de plant gaat, wordt thuis nooit meer zoet.
En vergeet de bladeren niet. Jonge druivenbladeren zijn eetbaar en vormen de basis van dolma. Pluk ze in het voorjaar, als ze nog zacht zijn.
Is de druif gezond?
In de schil zitten polyfenolen, waaronder resveratrol, en in de pitten zitten stoffen die als antioxidant werken. Blauwe druiven bevatten er meer van dan witte, omdat het samenhangt met de kleurstoffen in de schil. De hoeveelheden die je via voedsel binnenkrijgt zijn alleen klein.
Praktisch: eet de druif heel, met schil en pit, want daar zit het meeste in.
De druif in het voedselbos
De druif hoort in de klimlaag. Hij heeft twee dingen nodig: zon en lucht.
Zet hem aan de rand, aan de zuidkant, tegen een muur of op een pergola. Niet in het vochtige midden van een dichte beplanting, want daar krijgt hij meeldauw. Door een boom laten groeien kan, maar kies dan een stevige en bedenk dat je er daarna nooit meer bij kunt om te snoeien. Het oogsten kan ook lastig worden als de boom erg hoog is. Kies daarom liever een schutting of pergola zodat je er altijd nog bij kan.
Snoeien doe je in december, na de bladval. Wacht je tot februari of maart, dan is de sapstroom op gang en gaat de plant bloeden uit de snoeiwonden. Dat verzwakt hem, wat voor een jonge plant zelfs fataal kan zijn.

Teelt informatie in een notendop
| Wetenschappelijke naam | Vitis vinifera |
| Laag | Klimlaag |
| Afmetingen | In de wijngaard circa 1,5 tot 2 meter hoog en 1 tot 1,5 meter breed, aan een geleider aan een muur of pergola 2 tot 3 meter hoog en tot wel 5 tot 10 meter breed. In een boom kan een druif gemakkelijk 15 meter (of meer) de hoogte in gaan en een kroonbreedte van 5 tot 10 meter innemen. |
| Levensduur | 50 tot 100 jaar, oude planten halen enkele eeuwen |
| Winterhardheid | Sterk rasafhankelijk, ‘Boskoop Glory’ tot ongeveer -23 °C |
| Bloeiperiode | Juni, soms begin juli |
| Oogsttijd | September tot half oktober, vroege rassen vanaf eind augustus |
| Bodemeisen | Goed doorlatend en warm, verdraagt kalk, geen natte voeten |
| Standplaats | Volle zon, bij voorkeur zuid, met lucht eromheen |
| Beheer | Wintersnoei in december, zomersnoei van scheuten, niet snoeien na januari |
Welke cultivars voor in het voedselbos?
- ‘Boskoop Glory’ blauwe tafeldruif, in de jaren vijftig in Wageningen ontstaan en genoemd naar Boskoop. Voor buiten in Nederland nog altijd de betrouwbaarste keuze.
- ‘Muscat bleu’ blauw, met duidelijk muskaataroma, sterk buiten en weinig gevoelig voor meeldauw.
- ‘Regent’ blauw en schimmelresistent, geschikt voor zowel wijn als tafel.
- ‘Solaris’ wit, schimmelresistent en vroeg rijp. Handig op een koudere plek.
- ‘Vanessa’ rood en pitloos, goed winterhard. Voor wie de druiven vooral uit de hand wil eten.
Onze druif
Welke cultivar het nou precies is? Geen idee! Hij is blauw, heeft kleine bessen en reusachtige trossen. Hij hangt hier al jaren zonder dat iemand er naar omkeek.
Deze winter geven we hem een voorzichtige snoeibeurt in december, zodat hij weer lekker de ruimte krijgt om te groeien.
In november gaan bij ons de eerste planten de grond in. Onze mysterieuze druif krijgt natuurlijk een eigen plekje op de digitale kaart in onze app, inclusief het etiket ‘cultivar onbekend, maar erg lekker’.
My Food Forest app komt in november 2026 uit. Wil je op de hoogte gehouden worden? Meld je dan aan voor onze nieuwsbrief via de homepage!